The Things We Treasure | Writing 101 Dag #20

Gepost op 5 mei 2015 door Iris in Persoonlijk / 0 Comments

Tags:

Woohoo! Laatste opdracht 😀 Maak denk ik wel nog een reflectiepost over Writing 101: hoe vond ik het eigenlijk? Maar dat is voor een andere keer 😉

Tell us the story of your most-prized possession.

Het is eigenlijk best wel moeilijk voor mij om te bepalen wat mijn meest belangrijkste bezit is. Mijn boeken zijn belangrijk, mijn laptop, geld en kleding. Al mijn herinneringen en memento’s. Om toch tot één object te komen, heb ik mezelf maar de vraag gesteld: wat als mijn huis in brand staat? Wat neem ik als eerste mee? Waar zou ik nog moeite voor doen om te redden? Buiten mijn familie natuurlijk, die staan met stipt op nummer één 😉 Dat was ook niet de vraag, nee het ging om bezit. Mensen kun je niet bezitten. Nu niet meer althans…

Ik stelde mezelf dus deze vraag en het eerste wat in me opkwam was: Snuffie. Als het huis in brand stond zou ik Snuffie willen redden. Even voor de duidelijkheid, Snuffie is geen huisdier maar mijn knuffelhond. Gekregen van mijn opa en oma op mijn zevende verjaardag en hij ligt nog steeds elke nacht naast me. In zeer goede staat, al zeg ik het zelf. Al zijn poten, oren, ogen, neus en staart zijn nog intact. Nog nooit ergens een gaatje gehad en hij voelt nog steeds even zacht aan als toen ik hem kreeg. Ondanks de vele wasbeurten en andere ongelukjes die hij heeft moeten doorstaan. Snuffie is een surviver 😀

Ik kan het me nog goed herinneren de eerste keer dat Snuffie en ik elkaar tegenkwamen. Dat was in de Wibra. Hij lag daar tussen allerlei andere knuffelbeesten. Ik zou hem niet eens opgemerkt hebben als mijn opa hem niet had opgepakt. “Is dit niet wat als cadeautje voor je verjaardag?”, vroeg hij. Wat ik precies heb geantwoord weet ik niet meer. Ik kan me alleen de gevoelens herinneren die ik had. Die waren op zijn zachtst gezegd niet positief. Wat zou ik met zo’n ding moeten? Hij was niet eens schattig of mooi. Nee, het was niet liefde op het eerste gezicht voor Snuffie en mij.

Mijn verrassing was dan ook groot toen ik een paar weken later, op mijn verjaardag, het papier van mijn cadeautje afscheurde en het lelijke beest naar me terug staarde. Was ik niet duidelijk geweest dat ik dat dier niet echt wilde hebben? Aangezien mijn ouders me goed hebben opgevoed, zei ik beleefd dankjewel tegen mijn opa en oma. Van binnen vroeg ik me echter af wat ik met dat beest aan moest.

“Weet je al een naam voor hem?”, vroeg mijn oma. “Wat dacht je van Snuffie? Omdat hij zo’n grote neus heeft?”, zei mijn opa.  “Oké, dat is wel een leuke naam.”, zei ik, aangezien het me toch allemaal niet uitmaakte en ik mijn opa en oma tevreden wilde houden. Aldus had het beest de naam Snuffie gekregen en ik was van plan om het ergens in een donker hoekje van mijn kamer te leggen en er nooit meer naar om te kijken.

Hoe komt het dan dat hij nog steeds trouw in mijn bed ligt? Nou, dat komt als volgt. Als klein kind zijnde gingen verjaardagen en ik niet echt samen. Elke keer had ik wel wat. Dan had ik een ontstoken vinger of knalde ik tegen een muur met de fiets en konden mijn ouders halsoverkop naar de eerste hulp. Meestal, echter, had ik vanaf het moment dat het avond werd enorm last van mijn buik. Zo erg dat ik meestal naar bed moest met een kruikje, in slaap viel en pas wakker werd als het feest voorbij was.

Volgens mijn moeder kwam het door de spanning. Al die mensen bij elkaar. Het jaartje ouder worden. Nieuwsgierig zijn naar de cadeautjes. Ik had het trouwens niet alleen op mijn eigen verjaardag, maar ook andere keren dat er veel mensen bij ons thuis kwamen. Nu nog merk ik op feestjes na een tijdje dat het me teveel wordt. Dan heb ik even behoefte aan rust en verdwijn ik voor een half uurtje naar mijn kamer. Gelukkig heb ik nu wel geen last meer van mijn buik. Dat heb ik aan Snuffie te danken.

Die avond namelijk, de avond dat ik Snuffie had gekregen, gebeurde weer precies hetzelfde. Na etenstijd kreeg ik weer last van mijn buik. Zo erg dat ik naar bed wilde. Mijn vader bracht me naar bed en gaf me Snuffie. Het lelijke beest. “Zo, nu zal deze je buikje lekker warm houden en ervoor zorgen dat het niet meer terug komt.”, zei mijn vader. Mij maakte het op dat moment niet echt uit, ik wilde alleen maar dat de pijn zou verdwijnen. Als dat lelijke mormel zou helpen des te beter. Ook al was ik daar een beetje sceptisch over. Het deed zo’n pijn… Wat kon Snuffie daar nu tegen doen?

Tot mijn verbazing kreeg mijn vader echter gelijk. Na een paar minuten werd Snuffie heerlijk warm. Zo warm dat mijn pijn ook weg ging en ik heerlijk in slaap viel. De volgende morgen werd ik wakker met Snuffie nog steeds lekker warm tegen me aan. Ik was om. Hij zou er voortaan voor zorgen dat ik geen last meer van mijn buik had en mocht dus naast me slapen. Ik was opeens super blij dat mijn opa en oma me dit gewedige cadeau gegeven hadden.

Zo gezegd, zo gedaan. Sindsdien heeft Snuffie me ontelbare keren geholpen als ik me niet lekker voelde. Als ik even behoefte had aan warmte. Aan iets zachts. Hoewel ik tegenwoordig een pittenzak gebruik tegen krampen, van welke aard dan ook, het helpt toch altijd als ik Snuffie naast me heb liggen. Hij is vertrouwd en dierbaar en hij zal er altijd voor zorgen dat de pijn verdwijnt. Dus ja, mocht het huis in brand staan, dan zal ik altijd proberen om mijn trouwe vriend te redden. Zo belangrijk is hij voor mij geworden na onze niet zo’n goede eerste ontmoeting.

Opa, bedankt dat je hem toch voor me gehaald hebt. Ook al vond ik hem aanvankelijk niet zo leuk 😀

Geef een reactie

CommentLuv badge